Mijn grootste uitdaging. Opvoeden.

Stand out in the crowd!

Opvoeden, het is mijn grootste uitdaging. Niet omdat de meiden nou zo vreselijk on-opvoedbaar zijn wel omdat ik het graag ‘goed’ wil doen. En ja, goed, wat is goed? Waarschijnlijk herken je de eeuwige vraag of je het kind geen grote schade aanbrengt met jouw keuze wel. Ik had dat toen Phileine vroeg of ze zelf naar de speeltuin mocht lopen. Maar ook toen ze voor het eerst op haar eigen fiets op straat fietste, want doe je wel of geen helm op? En reizen, is dat nou wel zo leuk voor de meiden? Misschien is dat ook wel het lastige, als je denkt dat je de keuze gemaakt hebt, is er weer een nieuwe keuze. En of je het goed doet is vertrouwen op jezelf.

 

Maar wanneer leert ze dan lezen en schrijven? En hoe gaat het dan als ze naar de middelbare school moet? Of ‘ach ze moet gewoon even doorbijten, zo hoort het nu eenmaal dat doen we allemaal’. 

Het valt mij op dat als mensen horen dat mijn kinderen niet de reguliere onderwijs straat volgen er iets over gezegd moet worden. Vaak met een waarde oordeel. En dat snap ik want als iets anders is dan normaal dan valt dat op. Maar ik vind daar ook wat van. Heel lang heb ik geprobeerd daar zelf geen waarde oordeel over te hebben omdat ik vind dat iedereen vooral zijn eigen pad moet volgen. Maar het raakt mij en dat wil ik graag delen. Stukken tekst uit deze blog tikte ik vorig jaar. Uiteindelijk niets mee gedaan. Waarschijnlijk vond ik niet de juiste woorden of gedachten.

Vorig jaar

Ik stond op een verjaardag. Er werd gepraat om het kookeiland. Diegene die het hoogste woord had verkondigde luid het een na het ander over hoe je een kind opvoedt. Zijn mening over discipline, luisteren en regels kwam duidelijk naar voren. Naar mijn mening was het vrij discutabel of het allemaal daadwerkelijk zo was als hij het deed voorkomen. Aan de gezichten van de mensen om mij heen dachten zij hetzelfde. Maar wat ze antwoorden was niet verdiepend of vragend. Ze zeiden allemaal ‘goh ja….’ en knikte wat ongemakkelijk met hun hoofd. Ook ik zei niets, voelde mij vooral ongemakkelijk en klein. 

Het raakte mij. Het bleef kriebelen in mijn buik. Ik snapte niet goed wat het toch was. Tot ik vanochtend wakker werd en dacht aan het driehoek-gesprek wat wij ongeveer een keer per zes weken hebben met Phileine en haar coach op school. In dat gesprek vertelde de coach over kinderen op school, hoe zij elkaar aanspreken en ik bedacht mij hoe wij thuis met elkaar omgaan. Gelijkwaardig. De meiden mogen eigenlijk in alles een mening hebben. Dat wil dus niet zeggen dat wij alles doen wat zij willen, of andersom. Of dat er geen grenzen zijn. Maar wel dat we met elkaar overleggen, luisteren en een gelijkwaardige stem hebben. We leggen veel, heel veel uit. Omdat wij er van overtuigd zijn dat als je snapt waarom dingen gebeuren, waar de reactie vandaan komt als je boos, verdrietig of blij bent, je altijd dicht bij jezelf blijft. Mischa de Winter pleitte in zijn afscheidsrede voor meer hoop en optimisme in de opvoeding en stelt: “Jonge mensen hebben hoop en optimisme nodig. Die vormen de motor van hun persoonlijke ontwikkeling. Als je kinderen van jongs af aan weet mee te geven dat ze ertoe toen, dat ze erbij horen, dat de samenleving ook op hèn zit te wachten, dan wakker je de motivatie aan om zich te willen inspannen, te werken aan doelen, te willen leren en zich te willen ontwikkelen.”

Thuis & vertrouwen

Thuis, een veilige plek waar wij voeding bieden zodat de meiden mogen groeien. Ik kreeg eens de tip om regelmatig naar haar te kijken en mezelf af te vragen: Wat maakt haar uniek? Thuis is een plek waar ze geprikkeld wordt om te proberen en zich veilig voelt omdat wij er zijn en met haar praten. Waar ik samen met haar in gesprek ga en probeer uit te leggen waarom er oorlog ontstaat, mensen overlijden, ze juist zo mooi is omdat ze opmerkzaam is. Waar ik mij verwonder om haar verwondering. Waar zij voelt dat wij haar vertrouwen, zij in haar kracht staat. Waar ik als ouder mijn best doe om de behoefte, emoties van mijn kinderen te zien en de stressoren te reguleren. En waar ze soms boos is, mokt en schreeuwt. Ook dat.

 

Op school en in de wereld

Ik geloof dat ieder kind op de wereld komt met een aangeboren nieuwsgierigheid en drang om de wereld te verkennen. Op school krijgen ze de support om vanuit intrinsieke motivatie dingen te ontdekken. Dan komt leren vanzelf. In de wereld ervaren ze ontmoetingen met anderen. Ik kijk en vang. En ondertussen wens ik dat onze meisjes grote dromen houden, leven in het nu. Mij leren om verwondering te houden. Te spelen en springend over alleen de zwarte steentjes te gaan op Utrecht Centraal. Gun ik ze de ruimte om als zij later aan dat kookeiland staan, zich niet ongemakkelijk te voelen.

En dan komen die letters, cijfers en plaatsnamen vanzelf. Of niet. Het is goed zo. Ik heb vertrouwen in ons.

Heb je mijn blog over waarom wij kozen voor democratisch onderwijs gelezen?

 

Continue Reading

Natuurlijk leren, waarom wij kozen voor democratisch onderwijs

“L. kan al tot 30 tellen in het Nederlands en Engels. Hij is wiskundig ook al cijfermatig aangelegd” de andere mevrouw antwoordt dat S. op ballet, zang en hip hop zit en met vier jaar al kan schrijven. 

Dan richten beiden vrouwen zich tot Phileine met de vraag hoe oud zij is. “Ik ben vier en half” hoor ik haar zeggen “ Ik kan heel goed slakkenhuizen maken van steentjes. Ik ga de oorlog stoppen want mensen moeten lief zijn voor elkaar, wist je dat als iedereen luistert er geen oorlog meer zou zijn?” De dames kijken haar vol verbazing aan, schieten wat nerveus in de lach en zeggen “Oh ja leuk hoor maar daar ben jij toch veel te klein voor” Phileine kijkt en antwoordt: “Nee hoor want ik word vijf en kan al zelf m’n billen vegen”.

Ze huppelt weg. De dames verbaasd achter latend. Ik ben trots! Mijn kleine draakje vurig. Zoveel vuurtjes die ze leert beheersen. Zoveel tranen, iedere dag. Maar ze blijft zo dichtbij zichzelf. Mijn meisje. Een trotse moeder. 

Naar de basisschool

Toen werd ze vier. Al maanden wordt er door de ook bijna vierjarige kindjes in de straat geroepen ‘Hoera ik mag naar school’. Ook tegen Phileine wordt enthousiast geroepen ‘Wat leuk dan mag je naar school’. Ik zal niet ontkennen dat ik daar vrolijk aan mee deed. Phileine keek dan met een schuin lachje van ‘ja’… Ze vroeg vaak waarom dan mama of zei stellig ik blijf gewoon bij jou hoor!Het hele naar school gaan gebeuren hield ze graag af.

De zoektocht naar de basisschool die zou passen bij ons kind begon al toen ze net twee was. Want dan ‘moet’ je het kind inschrijven om verzekerd te zijn van een plekje. Eigenlijk was die keuze niet heel lastig de Montessori school kwam met vlag en wimpel naar boven. De directeur sprak bevlogen, was helder, twee voeten stevig op de grond en kinderen mogen kind zijn. Eigenlijk precies wat je wilt horen als ouder. 

Maar toen was het toch zover. Na een mailtje van de juf stonden wij op een woensdagochtend om 08.15 uur op het schoolplein. Haar nieuwe schooltas gevuld met een bakje fruit en een beker drinken. Phileine was vol spanning. Ze onderging het allemaal. Stilletjes liep ze mee. Observeerde de gebeurtenissen, nam zonder een traan afscheid. Oh wat waren we trots op haar. Toen ik haar na de eerste ochtend kwam halen was het duidelijk. ‘Mam, het was best leuk, de juf is lief, ik heb het geprobeerd (tja dat zeg ik vaak, eerst proberen en dan conclusie) maar ik ga niet meer hoor’. Haar snoetje betrok toen ik antwoordde dat ze toch morgen weer ging. School is vijf dagen lieverd. ‘zo vaak??’ was haar reactie.

Vijf dagen. Vijf dagen vroeg opstaan, haasten, vijf dagen. De race is begonnen. Mijn kleine meisje veranderde. Ze trok zich terug, zat met een glazige blik uiterst vermoeid in bad en ik mist haar vrolijke gekwetter en gezang. Ze vertelde over school, gaf braaf ‘ja leuk’ als antwoord als mensen haar vroegen hoe het ging. De juf vertelde dat ze het heel goed deed. Voor het slapen gaan huilde ze. Ze wilde niet meer naar school, maar gewoon thuis blijven. Wij spraken haar bemoedigend toe. Vertelden haar extra vaak hoe trots we op haar waren en dat ze het zo goed doet. Dat wij begrepen dat dingen doen die je niet zo leuk vindt lastig is. En besloten dat vier dagen school ook genoeg zou zijn voor haar. De woensdag werd een dag om naar uit te kijken. “Mama twee dagen he, dan mag ik thuisblijven?” Ja lieverd twee dagen dan ben je een dagje thuis. Ze onderging het. 

Tot maandagochtend

Phileine wil niet naar school. Ze vindt het stom. ‘Je moet daar van alles, altijd gehaast en ze wil gewoon echt niet! Mama kan je alsjeblieft de juf bellen dat ik niet kom? Waaarom moet ik dan? Ik wil geen taakjes doen. Ik wil niet opgesloten zijn. Ik wil heksensoep maken met mijn toverstaf en dat kan daar niet. Ik wil niet. Echt niet’. Dikke tranen rollen over haar wangen. Grote snikken. Ik hou haar vast en zeg dat ik snap dat ze niet wil maar we toch vandaag naar school gaan. Maar waarom dan? En eigenlijk heb ik daar dus geen antwoord op. Ik wil haar niet vertellen dat het leuk is (want dat vindt ze niet). En wil haar ook niet aanpraten dat je dingen moet leren want ‘dat is leuk’ (dat zegt al iedereen en krijg ik steeds terug: ik vind dat niet leuk, die mensen moeten maar zelf naar school gaan) maar wat zeg je dan? Dus probeer ik een middenweg te vinden in wat ze dan wel leuk vindt. Phileine kijkt mij vol verdriet aan. En vraagt maar twee dagen he? Ja schat twee dagen woensdag blijf je lekker thuis. Ik ben wel heel trots op jou hoor. Het is niet fijn om iets te doen wat je niet leuk vindt. Ze knikt. Ondertussen doe ik mijn best om maar positief te blijven en dat ik haar al snel weer kom halen. In de bakfiets is het stil. Ze houdt Olivia’s handje vast. Ze wil er niet uit. Ik geef haar nog een dikke knuffel voor we de school in gaan. Fluister in haar oor: je kan het lieverd!! Ik hou van je!! Ze knijpt nog even in mijn hand en zegt netjes de juf gedag. Ik zwaai naar haar. Dag lief stoer meisje! Trots op jou!

Wij appen naar elkaar. We moeten iets doen. En dat doen we.

Labeltjes

Nieuwetijdskind, hoog sensitief, ik ben een beetje wars van labeltjes. Misschien is dat ook wel de reden dat opmerkingen als ‘Zo is het gewoon’ ‘Wen er maar aan’ een houding oproepen om een andere invalshoek te zoeken. 

Wat ik, wij belangrijk vinden is het leven zo leuk mogelijk maken. Elke dag een feestje! En ja daar horen ook dingen bij die minder leuk zijn, maar ik hoop toch altijd de mogelijkheden te vinden om het zo fijn mogelijk te maken. We zijn maar zo’n korte tijd hier op aarde, die tijd vul ik graag met zoveel mogelijk fijne dingen. Dus ja school is noodzakelijk en zeker ook goed. Maar de hoeveelheid en de manier waarop onderwijs standaard aangeboden wordt is niet wat past bij Phileine. Wij vinden het belangrijk zelf verantwoordelijkheid te dragen voor ons leven en zochten een school die hierbij aansluit. 

 

Democratisch onderwijs

Phileine gaat nu naar een democratische Brede school die volgens het principe Natuurlijk Leren werkt. Het doel van Natuurlijk Leren is dat iedere kind op zijn eigen tempo de kerndoelen van het primair onderwijs bereikt. Ieder kind volgt dus zijn eigen ontwikkelingspad en leert verantwoordelijk te zijn voor zijn eigen leven en wat hij leert. Waar kinderen leren zich aan te passen op regulier onderwijs, past het onderwijs zich hier aan op het kind.

Democratisch onderwijs leert kinderen al op jonge leeftijd beslissingen en verantwoordelijkheid nemen. Niet vrijblijvend, maar juist heel bewust. Kinderen ontdekken hun talenten (wat kan ik?) en gebruiken deze om hun ambities (wat wil ik?) te vervullen. Het kind heeft een stem in zijn leerproces. Er is geen vast lesrooster of klassikale lessen, kinderen van verschillende leeftijden zitten bij elkaar in de groep. De kinderen zijn vaak in beweging. Zo breng ik Phileine regelmatig op het sportveld (waar ze iedere ochtend een half uur sporten) en haal ik haar soms op halverwege het lint terwijl ze met een coach en kindjes aan het steppen of skaten is. Soms hangt ze in een boom in het speelbos of speelt ze winkeltje met echt geld. Ze bezoeken eens per maand een musea, gaan op verkenning in de botanische tuin of het verkeerspark. Ondertussen leert ze het alfabet, cijfers en wat fluitenkruid is, dat is het mooie van natuurlijk leren.

Phileine volgt nu anderhalf jaar democratisch onderwijs. Ze doet het geweldig. Ze overziet, is creatief, komt voor zichzelf op en maakt makkelijk contact met andere mensen. Ze is een meisje met vaak slimme en simpele oplossingen. Het antwoord nee hoort ze niet graag. Ze vraagt om verdieping waarom dan? En komt dan met een diversiteit aan mogelijkheden. Beperkingen ziet ze weinig of ze heeft daar een oplossing voor. Ook daarom is democratisch onderwijs een fijne plek. Er wordt niet verteld maak dit of doe dat. Er wordt uitgelegd wat het belang is. Wat voor Phileine erg prettig is. Als ze het belang er niet van ziet doet ze het niet.

Ze voelt haarfijn aan of mensen goed in hun vel zitten of niet. ‘Mama waarom is de mevrouw verdrietig’ of ‘Dat was een fijne dag he mam, iedereen was blij’. Een sfeer in een bepaalde ruimte ervaart ze als belangrijk. En haar grootste hobby is huisjes maken. Overal waar ze zich veilig voelt maakt ze een huisje. Ze kan slecht tegen onrecht. Ontploft als ze het gevoel heeft dat haar onrecht wordt aangedaan maar meestal gaat ze dansend en zingend door het leven. Ze straalt. Is happy. 

Happiness is the key to life. Ik ben een trotse moeder.

 

Continue Reading